Kasper is een klein eekhoorntje. Hij kan nog niet goed klimmen in de bomen. Zijn grote zus, Kiara, gooit eikeltjes voor hem naar beneden. Zo kan Kasper toch leren hoe hij de eikeltjes goed moet verstoppen.
Kasper ziet dat een ekster het op zijn eikeltjes voorzien heeft. Hij vindt een goede verstopplek. Daar kan de ekster niet bij de eikeltjes komen.
In de winter blijkt dat alle eikeltjes van de zus en de ouders gestolen zijn. Even zijn ze bang dat ze niets te eten zullen hebben. Maar gelukkig is er nog de voorraad die de kleine Kasper heeft aangelegd.
Het verhaal toont het samenwerken tussen een grote zus en haar kleine broertje. Iedereen heeft zijn plek in het eekhoorn-gezin. Ook de nog kleine Kasper.